Ilex Blondie

Japanse hulst met goudgele bladeren, Ilex met goudgele bladeren

Kwekersrecht: Europees kwekersrecht verleend onder nummer 20072678

Verspreiding
Deze soort komt voornamelijk voor in Japan, in Hokkaido, Honshu, Shikoku en Kyushu; op vochtige plaatsen in het laagland en in de bergen. De soort werd in 2000 door boomkwekerij Oprins, België uit zaailingen geselecteerd en werd in 2007 kwekersrechtelijk beschermd.

Groei en kenmerken
Altijdgroen, uitlopend, slank opgaand tot dichtbegroeid, minder uitstekend dan andere groeiende hulstsoorten, altijd hoger dan breed; dikwijls met meerdere stammen; groeit onregelmatig bij het ouder worden, dan met afstaande, breed uitgegroeide tot iets overhangende takken (indien niet gesnoeid). Door de grootte en bereikbare hoogte heel goed geschikt voor meer dan manshoge hagen. Uiteindelijke hoogte en uiterlijk onbekend, vermoedelijk zoals de andere soorten, in geen geval kleiner. Heel hoog regeneratievermogen, ook uit zeer oud hout, ook uit de stam. De schors van de nieuwe loot is bruinig, verdonkert met het ouder worden. Stevig en taai hout.

Grootte en hoogte
Eens volgroeid hoger dan 3,5 m, indien op een gunstige en voor de plant positieve standplaats. Jonge plant groeit niet aarzelend, afhankelijk van de standtijd en de grond. Vanaf het 1e standjaar groeit de plant jaarlijks tot 40 cm. In een container met een heel goede water- en voedingsstoffenvoorziening ook meer. Na meerdere standjaren groeit de plant jaarlijks ook meer, doorheen de jaren gemiddeld 25 cm in de hoogte, 10 cm in de breedte. 6-jarige planten, gemeten vanaf het jaar waarin de toen 15/20 cm grote hulst werd geplant, zijn ongeveer 150 tot 175 cm hoog. Invloed van de snoei hierbij relatief onbelangrijk, aangezien heel sterk regenererend.

Bladeren
Altijdgroen, afwisselend, eivormig tot elliptisch, gewoonlijk tot 2 cm lang, indien gekweekt in serres onder beschermde omstandigheden. Bij heel gunstige omstandigheden ook langer. Bij uitgeplante exemplaren blijven de bladeren ietsje kleiner. Later op de definitieve standplaats is de bladgrootte zoals aangegeven. Bladkleur: lichtgroen tot heldergroen. Uitloop in de lente goudgeel, later gelig tot vergelend, na ongeveer 2 maanden groen geworden. Na de zomersnoei eveneens goudgele uitloop, die naar de herfst toe snel groen wordt. Blad is slechts licht glanzend. Korte, bruinige bladsteel, zoals de scheuten.

Bloesems
De soort is tweehuizig, de Blondie is een vrouwelijke plant. De bloesems zijn heel klein en onopvallend, mat wit, ze bloeien in mei-juni. Voedingsplaats voor bijen; voor de tuineigenaar zijn de bloesems echter niet interessant.

Vruchten
Steenvruchten; zwart, tot 6 mm groot, blijven lang hangen, geliefd voedsel voor vogels, daardoor ook natuurlijke verspreiding; giftig, consumptie veroorzaakt diarree en braken.

Wortels
Fijne, dichtvertakte wortels, veel fijne wortels in de bovenste grondlaag. Wortelgroei in het begin aarzelend, antagonistisch tot de scheuten schieten. In lichte grond groeien de wortels dicht tegen het oppervlak.

Standplaats
Houdt van een luchtvochtig klimaat; in volle zon of halfschaduw, kan ook in de lichte schaduw onder bomen worden geplaatst, maar dan worden de bladeren na de uitloop sneller groen; beschermen tegen winterzon en tocht. Gevoelig voor zomerdroogte, droge lucht en bodem. Bij een droge lucht besmetting met rode spinnen mogelijk.

Bodem
Humusrijke, voedzame, vochtige, maar goed doorlatende grond, houdt van een humusrijke zandgrond, humusrijk grind of een zure minerale grond; lichtzuur tot neutraal; leemachtige-kleiachtige, dichte standplaatsen of standplaatsen met opgestuwd grondwater zijn helemaal niet geschikt, indien de pH-waarde te hoog is treedt chlorose op. Gevoelig voor zomerdroogte.

Eigenschappen
Winterhard; kan uitgeplant en ingeworteld lage temperaturen zonder problemen verdragen; verdraagt ook kale vorst; houdt van een hoge luchtvochtigheid; kan niet goed tegen hitte en lange droogte, houdt van schaduw, niet gevoelig voor worteldruk, laat zich gemakkelijk snoeien, geschikt voor de stad.

Gebruik
De soort wordt in Japan als standaardplant in Japanse tuinen gebruikt, waarbij de snoei van de planten heel belangrijk is. De soort is ook geschikt voor vlakke bol-, kegel-, of piramidevormen; ook voor groene kunstobjecten, die door het verwijderen van volledige takken en het inkorten van de overblijvende twijgen de planten er ouder laten uitzien. Doordat de plant zich gemakkelijk laat snoeien, is ze ideaal als haag, die in vergelijking met andere soorten snel tot op zichthoogte groeit. Ook geschikt als afboording en haag voor de voortuin. Heel goed voor snoeivormen als bollen, kegels en piramiden. In siertuinen of als solitairplanten te gebruiken.

Bijzonderheden
Schuilplaats voor vogels en kleine dieren; de schors heeft een bittere smaak, daardoor ook een natuurlijke bescherming tegen wildvreterij. Bessen zijn een waardevol wintervoer voor vogels.

Aanbevolen tuingebruik: hagen (manshoog, maar ook laag), afboordingen, schalen, troggen, bloembakken, op het terras, gesnoeide bollen en kegels, alternatief voor andere altijdgroene planten.

Korte beschrijving
Hoogte: 3,5 m en hoger
Groei: slank tot dichtbegroeid opgaand,
Loof: altijdgroen, elliptisch, goudgeel bij het uitlopen
Bloesems: mei tot juni, tweehuizig, crèmewit
Vrucht: van september tot de winter; zwart; rond; giftig
Standplaats: fris tot vochtig, doorlatend, zuur, humusrijk; in volle zon tot halfschaduw
Andere: winterhard

Klik op de foto's

Terug naar overzicht